Uitgelicht: Liefhertje en de Grote Witte Reus
‘Wat een toffe winkel. Dat zegt 90% van de bezoekers. En dat vind ik bijzonder, want ik zeg zelf nooit zoiets als ik in een winkel kom.’ Liefhertje en de Grote Witte Reus is sinds januari 2009 open aan de Stationsweg 55. Als winkel, expositieruimte en ontmoetingsplaats voor kunstenaars. Geertje Muffels en Robert Jan Verhagen over cultureel ondernemerschap, kunstenaarsselectie en Tante Es zonder jurk aan.
Een smalle, diepe winkel met een expositieruimte achterin. Verrassende designproducten, van kartonnen stoelen tot DJ-tassen of naamkettinkjes met de tekst “Blablabla.” Met een cappuccino schuif ik aan bij Geertje Muffels en Robert Jan Verhagen, geestelijk ouders van dit bijzondere initiatief.

Drie maanden na de opening begint Liefhertje en de Grote Witte Reus aardig te lopen.
Robert Jan: De verkoop gaat steeds beter. Vooral door mond-tot-mondreclame, maar we hebben ook een boekje dat we overal uitdelen. Mensen zijn verbaasd en geprikkeld dat ze op deze locatie zo’n winkel vinden. Deze buurt ontwikkelt zich heel snel. We hebben er vertrouwen in.
Geertje: We krijgen een breder publiek dan verwacht. Mensen zien onze etalage, en merken dan dat er nog een hele achterruimte is en een expositie. Of andersom: mensen komen naar de expo en zijn blij verrast door de winkel. Er komt toevallig passerend publiek uit de buurt, maar ook van heinde en verre. Mensen schrijven zich bij activiteiten in op de nieuwsbrief en komen dan ook naar dingen die eerst wat verder af zouden hebben gestaan. We hebben toch een groter publieksbereik dan als je alleen een galerie hebt.
Robert Jan: 90% zegt: wat een toffe winkel. Dat vind ik bijzonder, want dat zeg ik zelf nooit in een winkel.
Hoe hebben Robert Jan en Geertje deze onderneming opgezet?
Robert Jan: Gewoon, zoals je een normale onderneming opzet. We hebben een honderd pagina’s tellend ondernemingsplan geschreven.
Geertje: Het verschil is natuurlijk wel dat wij een ideële doelstelling hebben. We hebben een constructie met een stichting naast een VOF. Dit soort instellingen met gemengde functie (winkel, galerie, horeca) vind je vaker in Berlijn, Barcelona en Antwerpen, maar in Nederland heel weinig. Dat komt door de strenge regelgeving. Het is hier echt moeilijk iets op te zetten als je grensoverschrijdend bezig wilt zijn.
Robert Jan: We waren bijvoorbeeld eerst bezig met een ander pand, maar het wijzigen van het bestemmingsplan maakte dat ingewikkeld. Eerst wilde ik ook nog een horecafunctie in dit pand, maar dat is bijna onmogelijk.
Hoe selecteren jullie kunstenaars?
Robert Jan: In de winkel verkopen we in elk segment ontwerpen van starters tot de top. We hebben bijvoorbeeld keramiek van mensen die net afgestudeerd zijn tot aan de Koninklijke Tichelaar. We proberen jonge mensen te koppelen aan grote namen. We hebben een touchscreen staan, daar komt informatie op over de jonge ontwerpers: wat maken ze nog meer? Hoe zit een ontwerpersleven in elkaar? Om kunstenaars te ontdekken gaan we eindexamens af en selectietentoonstellingen. Natuurlijk heeft het ook met onze eigen smaak te maken. We hadden bijvoorbeeld iemand die als slechtste van haar jaar was afgestudeerd, maar wij vinden het het tofste ontwerp.
Geertje: Aan exposities kunnen we maar twaalf kunstenaars per jaar kwijt, dat is best weinig.
Robert Jan: En het is natuurlijk een vrij pittige ruimte. Je moet best open minded zijn om een winkel bij je tentoonstelling te accepteren, plus de nogal dwingende doosvorm van de ruimte. We zoeken kunstenaars met een ambachtelijke ondertoon, die de grens van hun vakgebied zoeken en bijna altijd óók in opdracht werken. Mensen met de mentaliteit van een culturele ondernemer.
Hoe begeleiden jullie jonge kunstenaars?
Robert Jan: Beginnende kunstenaars hebben vaak moeite de aansluiting te vinden met galeries en musea. Maar daar kunnen ze pas terecht als hun eigen taal als kunstenaar goed gerijpt is. Hun vocabulaire moet goed zijn voor ze ermee naar buiten gaan. Wij helpen met het schrijven van aanvragen voor subsidies. En als ze bij ons exposeren, communiceren we gericht, met de pers erbij, en organiseren activiteiten die ermee te maken hebben.
Wat voor activiteiten zijn dat?
Robert Jan: We organiseren regelmatig bijeenkomsten “Vraag het aan…” met iemand uit de culturele wereld. Als een soort Tante Es zonder jurk aan stel ik vragen, op een persoonlijke toon. Daarna kan het publiek haar eigen vragen stellen. Dan wordt zo iemand een mens in plaats van een wandelende functie, en benaderbaar.
We hebben ook “de 15 minuten van…”Aan onze exposerende kunstenaars vragen we om vier mensen uit te nodigen die hen inspireren. Een lezing is vaak eenrichtingsverkeer, aan het eind zegt iemand “zijn er vragen” en dan volgt een angstvallige stilte. Wij beginnen met vragen te stellen en dan komt de lezing vanzelf. Het idee is dat de kunstenaars hier contacten aan overhouden.
Zo organiseren we ook regelmatig een speeddate voor kunstenaars die met presentatieplekken in contact willen komen. Initiatieven en kunstenaars praten steeds vijf minuten met elkaar. Even aftasten. Een spreekstalmeester roept om als ze moeten switchen. Een DJ draait een setje tussendoor. Er is lekker eten, een borrel na afloop. Zo raken mensen met elkaar in gesprek.
Als je wilt dat we je begeleiden als kunstenaar, moet het natuurlijk wel een beetje klikken. We zoeken cohesie binnen onze groep kunstenaars. Het is een kleine groep, de mensen helpen elkaar.
Geertje: Ze kijken heel kritisch naar elkaars werk, zodat ze stappen verder kunnen komen.
Robert Jan: Wij hebben zelf ook coaching gehad, van Dirk Noordman. Hij is professor kunst en economie. Met hem hebben we een half jaar uitgezocht hoe we het konden aanpakken.
Wat kunnen we binnenkort verwachten?
Geertje: De komende tijd willen we ons meer richten op het winkelier zijn. Exposeren en begeleiden is leuk en prachtig, maar het doel is wel om na een paar jaar financieel onafhankelijk te zijn.
Robert Jan: Komende maand hebben we een designtentoonstelling, van David Graas en Timon van der Hijden. Daarmee lichten we de winkel ook een beetje uit. Voor “vraag het aan…’ nodigen we Ed Annink uit, intendant van Design Den Haag 2010.
Op het moment dat ik in de winkel ben fotografeert Marsel Loermans zijn eigen expositie. Robert Jan: Je ziet het: publiciteit maakt zichzelf bij ons. Kunstenaars komen zelf foto’s maken en plaatjes draaien en hapjes maken.
Als ik aandring dat ik een portretfoto bij dit artikel wil, wordt Marsel meteen gecharterd. Een van de nonnen uit de expo kijkt over de schouders mee!

Tekst: Frans van Hilten





